De carrière van Foekje werd gebroken, ....

De carrière van Foekje werd gebroken, ‘omdat ze zeggen dat ik geen meid ben’

Het is tien jaar geleden dat Foekje Dillema overleed. De carrière van de atlete uit Burum werd in 1950 gebroken, ‘omdat ze zeggen dat ik geen meid ben’. De sportwereld is nog altijd niet klaar met het beladen onderwerp; de door Dillema gefascineerde schrijver-onderzoeker Max Dohle evenmin.

Er vallen, bijna zeventig jaar na dato, nog wel wat zaken recht te zetten, vindt Max Dohle uit Oegstgeest.

De schrijver – naar eigen zeggen ‘bijna geobsedeerd’ door intersekse sporters in het algemeen en Foekje Dillema in het bijzonder – wijst op de recordlijsten van de Atletiekunie, voorheen KNAU. ,,Er zijn nationale records van Foekje geschrapt. Die zijn later wel weer erkend als zijnde persoonlijke records, maar Foekje is nooit meer in de lijsten van record-ontwikkelingen opgenomen. Ik vind dat ze daar wel recht op heeft.’’

Over Foekje Dillema, voor wie haar geschiedenis niet kent.

Vier gouden medailles

Zij werd op 18 september 1926 geboren in Burum, dochter uit een gezin met acht kinderen. Al op de lagere school is ze als hardloopster niet te verslaan, maar pas op 21-jarige leeftijd (1948) krijgt ze de mogelijkheid om serieus te sporten.

Ze wordt meteen Fries kampioene op de 100 meter en vindt razendsnel aansluiting met de nationale top. Daartoe behoort ook Fanny Blankers-Koen, winnares van vier gouden medailles op de Olympische Spelen van Londen.

Nog voor die opmars is duidelijk geworden dat er ‘iets’ aan de hand is met Foekje Dillema. In de pubertijd blijft de menstruatie uit, gaat haar stem omlaag en krijgt ze lichaamsbeharing die meisjes niet willen. Ze is een vrouw met mannelijke geslachtskenmerken. Door het mannelijke chromosoom dat ze draagt, maakt Dillema meer testosteron aan dan bij vrouwen gebruikelijk is.

Het beïnvloedt haar sportprestaties en dat steekt Dillema’s rivales en hun medestanders. Zij spreken denigrerend over de atlete uit Burum. Zo noemt Jan Blankers, echtgenoot van Fanny Blankers-Koen, haar ‘meneer Dillema’. In een later stadium geeft hij zijn vrouw zelfs opdracht om Foekje Dillema te begluren tijdens het omkleden voor een wedstrijd, om aldus te kunnen vaststellen of ‘het Friezinnetje’ (citaat uit een KNAU-verslag) wel een vrouw is.

Dillema rijgt in 1949 de successen en de records aaneen. Ze debuteert in augustus voor de Nederlandse ploeg en wint de 100 en 200 meter. Met het estafetteteam van Vitesse Leeuwarden wint ze die zomer ook het Nederlands kampioenschap 4x100 meter en verbetert ze het nationale record op de 4x200 meter. Dillema reikt als sprintster tot de derde plaats op de wereldranglijst. Ondertussen komt het zelden tot een rechtstreekse confrontatie met Blankers-Koen.

Onder 12 seconden

Een jaar later zet Dillema haar zinnen op deelname aan het Europees kampioenschap. In de aanloop naar dat evenement loopt ze op een Leeuwarder grasbaan voor de eerste keer onder de 12 seconden op de 100 meter: 11,9. In 1932 was de in Rottevalle opgegroeide Tollien Schuurman de eerste vrouw die onder grens van 12 seconden dook.

Dillema noteert vervolgens in Amsterdam – gadegeslagen door 16.000 toeschouwers, onder wie koningin Juliana en prins Bernhard – 24,1 op de 200 meter. Daarmee ontneemt ze niet alleen Blankers-Koen (die zich opnieuw voor een rechtstreeks duel heeft afgemeld) het Nederlands record, maar is ze op deze afstand de op één na snelste vrouw ter wereld. Dit achter de Pools-Amerikaanse Stella Walsh, bij wie later overigens ook het mannelijke chromosoom wordt vastgesteld.

Op 8 juli 1950 moeten alle vrouwelijke leden van de Nederlandse selectie bij een gynaecoloog in Den Haag een geslachtstest ondergaan. Dit in opdracht van de internationale atletiekfederatie IAAF, die hiertoe heeft besloten met het oog op het EK. Het is voor de eerste keer in de historie dat atletes zich aan een dergelijke test moeten onderwerpen.

Het onderzoek vindt plaats vijf dagen voor vertrek naar Carcassonne, waar de interland tegen Frankrijk op het programma staat. De atlete uit Burum verschijnt niet in Den Haag. ‘Foekje Dillema heeft afgeschreven voor de keuring’, zo staat geschreven in later opgedoken notulen van een KNAU-bestuursvergadering.

Geschorst

Dat leidt haar ‘ondergang’ in. Ze wordt op 13 juli 1950 in Hilversum uit de trein gehaald, waarmee de nationale selectie onderweg is naar Frankrijk. Op het perron wordt haar (mede door Jan Blankers, geen KNAU-bestuurslid) medegedeeld dat ze geschorst is.

Als Dillema haar spullen uit de trein haalt en haar teamgenotes vragen wat er aan de hand is, spreekt ze de woorden: ,,Ze zeggen dat ik geen meid ben.’’ Ze krijgt een treinkaartje voor de terugreis (een enkeltje Buitenpost) en verschijnt nadien niet meer op atletiekbanen en ook nauwelijks meer in de openbaarheid.

Leven verwoest

,,Haar leven was verwoest’’, zegt Max Dohle. Hij weet waarom Dillema – ,,Ze was genetisch voorbestemd om een jongen te worden’’ – heeft afgezegd voor het onderzoek in Den Haag. ,,Ze was logischerwijs bang dat ze niet door de keuring kwam.’’

Dohle heeft recht van spreken, gezien de grondige wijze waarop hij onderzoek deed naar de hele situatie. Hij heeft echter nooit geprobeerd om Foekje Dillema zelf te spreken te krijgen.

,,Ze heeft er nooit meer met iemand over willen praten en zou dat zeker nooit met een schrijver of journalist hebben gedaan’’, zegt hij. ,,Daar komt bij dat ik onbevooroordeeld wilde blijven. Ik wilde me niet door haar verschijning laten beïnvloeden.’’

Dohle heeft wel gesproken met Aafke Dillema, de oudste zus van Foekje, in een poging de ‘fascinerende puzzel’ op te lossen. Door de vertrouwensband die Dohle heeft opgebouwd, is hij onder meer te weten gekomen dat Foekje Dillema zich in 1952 in Groningen heeft laten opereren. ,,Daarbij zijn testikels, die in haar liezen waren gegroeid, verwijderd’’, aldus Dohle.

De schrijver-onderzoeker stelt dat Foekje Dillema zeker niet de enige vrouw was die binnen de sport met scheve ogen werd aangekeken. ,,Al voor de Olympische Spelen van 1936 werden drie atletes geschorst omdat ze ‘te veel op een man leken’. Avery Brundage, de latere voorzitter van het IOC, het Internationaal Olympisch Comité, was als voorzitter van het Amerikaans olympisch comité fel voorstander van de ‘keuringen’. Hij dacht echt dat er mannen in vrouwenkleding aan wedstrijden meededen.’’

,,Je moet dat ook zien in de tijd dat dit speelde. Vrouwen in de sport, dat was nog iets speciaals. Competitiedrang werd als mannelijk gezien, vrouwen die te veel sportten, werden man, zo dacht men. In 1932 werd op de Spelen een vrouw gediskwalificeerd omdat ze bij het hoogspringen de buikroltechniek hanteerde. Dat mocht niet van de wedstrijdleiding, dat was ‘onvrouwelijk’.

Geslachtstesten niet ingevoerd

De in 1950 door de IAAF ingestelde test had de internationale carrière van Foekje Dillema niet hoeven breken. Weliswaar leidde haar weigering tot uitsluiting voor het EK, maar daarna had de Friezin zich toch kunnen plaatsen voor de Olympische Spelen van 1952. ,,Het IOC had toen de geslachtstesten nog niet ingevoerd. Dat is pas voor de Winterspelen van 1968 gebeurd’’, aldus Dohle. ,,Maar in 1999 is die verplichte test weer afgeschaft.’’

Hij heeft zijn mening over de rol van het echtpaar Blankers bijgesteld. ,,Vooropgesteld: het waren onaangename mensen, die zich altijd laatdunkend over Foekje hebben uitgelaten. En wat Jan Blankers op dat perron uitspookte toen Dillema te horen kreeg dat ze geschorst was, is me onduidelijk. De man had geen bestuurlijke functie.’’

,,Maar ik kan ook weer niet zeggen dat het een samenzwering was tegen Foekje. Die keuring in Den Haag kwam niet uit de Blankers-koker. Maar ik denk wel dat Blankers naar de Britse pers heeft gelekt dat Foekje niet in Den Haag was verschenen. Dat deed hij omdat de Nederlandse pers in die tijd nog niet schreef over dergelijke zaken. Haar afbericht stelde Foekje natuurlijk in een kwaad daglicht.’’

Met alle informatie die hij heeft verzameld, is Dohle van mening dat Foekje Dillema het volste recht had om als vrouw mee te doen aan wedstrijden. ,,En dat niet alleen omdat ze als meisje is geboren, als meisje is opgevoed en leefde als een vrouw. Er is namelijk nooit wetenschappelijk aangetoond dat Foekje op de 200 meter voordeel heeft gehad bij de extra aanmaak van testosteron.’’

Mannelijke kenmerken

,,Er speelt zelfs nu, in 2017, nog de kwestie rond de Indiase atlete Dutee Chand Zij is vier jaar geleden door haar eigen bond uitgesloten omdat ze ‘mannelijke kenmerken’ heeft. Zij vecht dat tot de hoogste internationale instanties aan. De sportwereld is nog altijd niet klaar met dit onderwerp.’’ Dohle evenmin: hij is in opdracht van een Amerikaanse uitgever bezig met een volgend boek over het onderwerp. De werktitel, ter nagedachtenis aan Foekje Dillema, luidt: They say I am not a girl.

Max Dohle spreekt van meten met twee maten. ,,Op elke Olympische Spelen lopen één of twee Foekjes rond. De bekende Zuid-Afrikaanse atlete Caster Semenya heeft ook mannelijke kenmerken.’’

Aanmaak testosteron

Maar het is niet alleen een kwestie van de aanmaak van extra testosteron, vindt Dohle.

,,Nergens om, maar kijk ook eens naar Michael Phelps, de Amerikaanse zwemmer die 21 olympische medailles heeft gewonnen. Hij heeft fysiek onmiskenbare voordelen; er wordt beweerd dat hij het Syndroom van Marfan heeft. Grotere ledematen, grotere handen en voeten dan normaal en ook nog flexibelere gewrichten. Daar kun je als ‘gewone’ zwemmer bijna niet van winnen, maar daar hoor je niemand over.’’

Bron: dvhn.nl

Burum Tweets